Wie een mobiliteitsvraagstuk wil oplossen, grijpt al snel naar een product: een nieuwe buslijn, flexvervoer, een mobiliteitshub, deelmobiliteit. Vaak met de gedachte dat we daarmee een belangrijk mobiliteitsvraagstuk oplossen. Maar zo eenvoudig is het meestal niet. Wat voor de ene reiziger een uitkomst is, kan voor een ander juist een extra drempel vormen.
Reizigers verschillen, gebieden verschillen en ook mobiliteitsvragen verschillen per moment. Wie mobiliteit toekomstbestendig wil organiseren, kijkt daarom niet alleen naar afzonderlijke oplossingen, maar naar het aanbod als geheel. Welke vervoersvorm past waar? Waar kunnen we vraag bundelen? En waar is juist maatwerk nodig?
Verschillende reizigers, verschillende behoeften
Een forens die dagelijks naar kantoor reist, heeft andere behoeften dan iemand die voor een medische afspraak naar het ziekenhuis moet. Een jongere zonder auto kijkt anders naar mobiliteit dan iemand die ondersteuning nodig heeft om zelfstandig te kunnen reizen.
Ook de omgeving maakt verschil. In stedelijk gebied liggen voorzieningen en vervoersmogelijkheden vaak dicht bij elkaar. In landelijke gebieden zijn afstanden groter en is de vraag naar vervoer meer verspreid.
Dat betekent niet dat voor iedere doelgroep een eigen vervoerssysteem nodig is. Een belangrijk uitgangspunt van publieke mobiliteit is juist: massa waar het kan, maatwerk waar het moet.
Waar voldoende vraag kan worden gebundeld, ligt collectief vervoer voor de hand. Een frequente busverbinding kan dan een goede oplossing zijn. Waar dat niet goed werkt, kunnen flexvervoer of andere maatwerkoplossingen een betere rol vervullen om te voldoen aan de behoefte aan bereikbaarheid. Het is telkens weer de vraag welke vorm van mobiliteit past bij de vervoervraag, de omgeving en de maatschappelijke waarde die we willen realiseren.
Mobiliteitsoplossingen versterken elkaar
Er zijn in de loop der jaren veel vormen van mobiliteit ontstaan. Vaak met een goede reden, bijvoorbeeld voor een specifieke doelgroep. Meestal werken ze goed voor het doel waarvoor ze bedoeld zijn.
Publieke mobiliteit betekent niet dat al die vormen van vervoer samen moeten smelten tot één product of één organisatie. Wel moeten ze bewust op elkaar aansluiten. Een reiziger kan bijvoorbeeld met de fiets naar een halte gaan, verder reizen met het openbaar vervoer en voor het laatste stuk een deelfiets gebruiken. Voor iemand anders is juist persoonlijk maatwerk nodig omdat het reguliere aanbod geen passende oplossing biedt.
Dat vraagt om goede overstappen, duidelijke informatie, toegankelijke voorzieningen. Maar het vraagt vooral om een aanbod dat als geheel wordt ontworpen. Niet iedere vervoersvorm afzonderlijk optimaliseren, maar kijken welke rol ieder onderdeel binnen het totale mobiliteitsaanbod kan spelen.
Wie overziet het geheel?
Een brede blik is nodig voor publieke mobiliteit. Verschillende opdrachtgevers, contracten, budgetten en datastromen maken dat het aanbod versnipperd is en juist niemand het hele aanbod van mobiliteit overziet. Iedereen maakt eigen keuzes vanuit de eigen verantwoordelijkheid.
Publieke mobiliteit vraagt daarom om het samenbrengen van de publieke regie: voldoende inzicht, expertise en zeggenschap om gezamenlijk te kunnen bepalen hoe het totale aanbod van vervoer in een gebied eruit moet zien, met oog voor maatschappelijke waarde. Dat helpt om informatie over vraag, gebruik en kosten te bundelen, inzichtelijk te maken waar nog iets ontbreekt én om collectief vervoer en maatwerkoplossingen tegen elkaar af te wegen.
We doen het voor de reiziger
Publieke regie helpt om een samenhangend mobiliteitssysteem te organiseren. Dat betekent dat verschillende oplossingen logisch op elkaar aansluiten. Dat vraagt bijvoorbeeld om goede overstapmogelijkheden, duidelijke informatie en een aanbod dat op elkaar is afgestemd. Ook toegankelijkheid speelt een belangrijke rol. Niet alleen fysiek, maar ook in de informatievoorziening en bij het plannen van een reis.
De reiziger moet niets merken van de complexe wereld achter al het vervoer. De vraag van de reiziger is veel eenvoudiger: kan ik op een betrouwbare, begrijpelijke en betaalbare manier van A naar B komen?
Samen werken aan publieke mobiliteit
Een goed mobiliteitsaanbod begint dus niet met de vraag welke vervoersvorm we nog moeten toevoegen. Begin bij de bereikbaarheid die je wilt organiseren. Welke vraag kan collectief worden gebundeld, waar is maatwerk nodig en hoe kunnen bestaande voorzieningen elkaar beter aanvullen?
Publieke mobiliteit vraagt vervolgens om voldoende publieke regie om die afweging ook echt over het totale aanbod te kunnen maken. Niet alles hoeft één systeem of één organisatie te worden. Wel moet iemand het geheel kunnen overzien en ervoor zorgen dat de verschillende onderdelen doen waar ze goed in zijn.
Zo ontstaat een passend mobiliteitsaanbod: massa waar het kan, maatwerk waar het moet, voor de reiziger zo compleet en naadloos mogelijk.
Wilt u eens verder praten over hoe dat er in uw regio uit kan zien? Neem dan contact met ons op.